Gemeenschap Mirte

Mirte

Hoe het begon

Doen wat soms ondenkbaar lijkt…

De religieuze gemeenschap ‘Mirte’

 

Een brokje voorgeschiedenis

Sinds juli 2003 wonen we in Gent samen als religieuze gemeenschap onder de naam Mirte. Deze woongemeenschap is gegroeid vanuit een schrijven van Antoinette Van Mossevelde en Bernard de Cock o.p. naar tien mensen die op een of andere manier met de zondagsvieringen van het KUC/Dominicus-Gent verbonden zijn.

1           De kerngroep 

Vanaf oktober 2001 zijn we met zes mensen regelmatig samengekomen om ons te bezinnen over de uitbouw van een nieuwe religieuze woongemeenschap. Met uitzondering van één oudere religieuze, waren wij allen reeds vele jaren trouwe deelnemers aan de zondagsvieringen en op verschillende wijzen betrokken bij werkingen in het KUC.

We verbonden ons ertoe om uit te zoeken hoe we konden samenwonen in een open leefgemeenschap waarin werk gemaakt wordt van een verankerde spiritualiteit.

De werkdruk en de reeds lopende engagementen in acht genomen, kozen we ervoor als groep geen ander specifiek engagement op te nemen dan met deze mensen een woongemeenschap op te bouwen op basis van vier pijlers die we vooropstelden (zie verder) en een ankerplek te worden voor de kringen die zich hierrond bewegen.

De lectuur van  het boek van D. O’Murchu ‘Armoede, Celibaat en Gehoorzaamheid, Een radicale optie voor het leven’ vormde het vertrekpunt van vele diepgaande gesprekken. Deze schiepen duidelijkheid omtrent de verschillende verwachtingen en invullingen van religieus leven. Waardoor de samenstelling van deze kerngroep (in goede verstandhouding en blijvende betrokkenheid) wijzigde en uiteindelijk vier mensen beslisten om in juli 2003 te gaan samenwonen.

Toen het bleek dat het niet mogelijk was binnen de KUC-gebouwen als gemeenschap te gaan wonen, zijn we gedurende verschillende maanden intensief op zoek gegaan naar een geschikte woongelegenheid. We vonden die in een huis van de Zusters van Liefde dat door de communiteit die er 30 jaar gewoond had, eind april verlaten was.

 2           Tweede kring

 Rond deze kerngroep vormde zich al gauw  een ‘tweede kring’ van 22 mensen die het initiatief van een woongemeenschap willen ondersteunen. Zij komen maandelijks samen. Het opzet en de mogelijkheden van deze groep mensen kregen geleidelijk vorm. Hun warme sympathie en loyauteit getuigt van het belang van het woonproject.

Volgende overwegingen zijn typerend voor deze tweede kring:

‘Ik onderschrijf dit initiatief ten volle. Tegen het chaotische leven hoop en vertrouwen voeden en cultiveren. Jezus’ levenslijn wil ik biddend voeden en liefdevol uitbouwen met mensen die in dezelfde zin zoeken.(…) Zo stel ik voor regelmatig samen te komen en zo naar duidelijke afspraken toe te groeien.

‘Ik kan niet deelnemen aan het initiatief van de woongemeenschap maar wil wel graag meekijken naar het visioen en meehelpen waar dat voor jullie en mij mogelijk is.’

De onverwacht grote en sterk betrokken respons van deze groep op het initiatief tot een religieuze woongemeenschap, bevestigde ons vermoeden dat op dit vlak heel veel noden leven.  Mensen willen elkaar ontmoeten op het niveau van de echte levensvragen en zoeken concrete invulling van en bemoediging voor een christelijke levenshouding. In de huidige maatschappelijke situatie van vereenzaming, individualisering en problematische relatievorming leeft blijkbaar een verzuchting naar gemeenschappen waarin een spiritualiteit van gelovig-leven-delen tastbaar vorm krijgt.

 3           Verdere stappen 

In juli 2002 richtten we met de toenmalige kerngroep een schrijven tot het kapittel van de Vlaamse dominicanen, waarin we uitdrukkelijk vroegen naar de erkenning van dit initiatief als een dominicaans project. Alle betrokkenen, eerste en tweede kring, deelden immers de overtuiging dat het belangrijk was dat dit project gedragen zou worden door een bredere groep en wilden dit vanuit de (voor sommigen lange) geschiedenis met het KUC graag binnen de dominicaanse beweging situeren. We zijn het kapittel en de orde der dominicanen dan ook erg dankbaar voor hun erkenning en steun.